Jonge kinderen (2-6 jaar)

Ook op zeer jonge leeftijd (vanaf 2 jaar) kunnen kinderen al reacties op hun stotterend spreken vertonen. Dit uit zich in vermijdingsgedrag (bv. ‘weet ik niet’) en vechtgedrag (bv. ogen dichtknijpen). Deze gedragingen geven aan dat een kind zich tot op zekere hoogte bewust is van zijn onvloeiend spreken en er mogelijk ook last van ondervindt. Vroege begeleiding is essentieel om een ernstig stotterprobleem en daarmee langdurige behandelingen op latere leeftijd te voorkomen.

Tot op de dag van vandaag heerst er bij velen nog onduidelijkheid over de behandeling van jonge stotterende kinderen in de leeftijd van 2 tot 7 jaar. Vroeger werd vaak afgewacht omdat een groot deel van deze kinderen spontaan herstelt. Er werd zelfs gedacht dat aandacht voor het stotteren het probleem zou verergeren en dat je het maar beter kunt negeren. Tegenwoordig is het duidelijk dat begeleiding van ouders en behandeling van stotteren beter zo vroeg mogelijk kunnen beginnen. Dat betekent echter niet dat er meteen echt een behandeling hoeft te starten.

Het is goed om bij twijfel of zorgen contact op te nemen, zodat we kunnen inschatten of er sprake is van normale onvloeiendheden of mogelijk beginnend stotteren. U kunt als ouders ook alvast de Screeningslijst voor Stotteren invullen. Bij een score van 11 of hoger wordt geadviseerd contact op te nemen met een deskundige. Is de score lager en heeft u toch grote zorgen, bel dan gerust voor telefonisch overleg.

Als u uw kind aanmeldt in verband met stotteren zullen we eerst een uitgebreid intakegesprek met u voeren en de stotterernst bepalen van het stotteren van uw kind. We zullen inschatten of therapie meteen moet starten of dat we het stotteren kunnen gaan monitoren. Dat betekent dat we het stotteren van uw kind heel precies gaan bijhouden om te bepalen of er sprake is van spontaan herstel. In dat geval hoeft er namelijk geen therapie plaats te vinden.

Als er geen spontaan herstel lijkt te zijn, zullen we therapie gaan starten. Voor jonge kinderen zijn twee therapiemogelijkheden: therapie volgens het Demands and Capacities Model (DCM) van Starkweather en het Lidcombe Programma uit Australië. In overleg met u als ouders zal besloten worden welke therapie we gaan inzetten.

Bij de DCM therapie wordt gekeken naar de factoren die het stotteren uitlokken en in stand houden. Om deze factoren te verminderen, worden de verwachtingen die aan uw kind worden gesteld zoveel mogelijk in evenwicht gebracht met de mogelijkheden die uw kind heeft. Dit kan betekenen dat we aanpassingen in de omgevingsfactoren gaan maken (bijvoorbeeld het aanpassen van het spreektempo aan het -tempo van uw kind) en bepaalde vaardigheden van uw kind extra trainen (bijvoorbeeld het toleranter worden voor het maken van foutjes). U leert als ouder hoe u dit thuis in spelsituaties en in dagelijkse opvoedsituaties kunt toepassen. Uw kind krijgt geen directe oefeningen voor het vloeiender spreken omdat bekend is dat dit geen of een averechts effect heeft.

Het Lidcombe Programma is een gedragstherapeutische methode waarbij u als ouder getraind wordt als co-therapeut om in de thuissituatie dagelijks de therapie uit te voeren. Ook bij deze therapie wordt geen directe instructie gegeven aan uw kind over hoe het moet praten. Het spontane vloeiende spreken van uw kind wordt bekrachtigd en uitgebreid.

Hoe de begeleiding er voor uw kind ook uit zal zien, het belangrijkste doel is altijd het plezier in communicatie behouden/herstellen en daarnaast te komen tot (zo) vloeiend (mogelijk) spreken. Wanneer volledig vloeiend spreken niet haalbaar blijkt, is vrijuit, spontaan en ontspannen stotterend spreken het doel.

Het kan nodig zijn om breder onderzoek te doen naar de spraak-taalontwikkeling van uw kind. Ook kan het zijn dat uw kind al logopedie krijgt voor de taalontwikkeling of voor de uitspraak. Samen met u en de behandelend logopedist zullen we bekijken of voortzetting van de logopedie gewenst is wanneer stotteren zich begint te ontwikkelen. Soms kan dit betekenen dat logopedie (tijdelijk) wordt stopgezet of dat de behandeling op een andere manier moet worden voortgezet waarbij we contact houden met de logopedist.